Thema's
- Instroom
De gezelschapsdierenbranche bestaat uit fabrikanten, groothandel, dierenspeciaalzaken, tuincentra en landwinkels met een afdeling dier, dierenpensions, trimsalons, hondenscholen, hondenuitlaatservices. Daarbij gaat het om het produceren, verhandelen en verzorgen van dieren, benodigdheden en voeders.
Na de coronaperiode is te merken dat de hoeveelheid gehouden dieren in Nederland fors is toegenomen. Daardoor heeft de de branche financieel gezien geen slechte jaren gehad. De inflatie, energiecrisis, oorlog, de veranderende (economische) machten en stijgende lasten zetten de branche echter onder druk. Enerzijds wordt een huisdier als ‘luxe’ gezien, anderzijds als gezinslid waar de huisdiereigenaar veel voor over heeft.
omdat mensen graag met dieren werken
in deze heel diverse branche
De branche is enorm divers en kent vele nichemarkten. Arbeidsmarktonderzoek is dan ook nooit volledig. In de coronaperiode groeide het aantal huisdieren enorm. Het onderwijs lijkt daarin evenredig mee te bewegen. Het groenonderwijs kende in die jaren ook een stijging van inschrijvingen.
Een trend binnen de sector is schaalvergroting van de dierenspeciaalzaak (alles onder 1 dak). De verwachting voor de dierenspeciaalzaken is dat het totaal aantal fysieke vestigingen langzaam verder terug zal lopen, maar dat het aantal vierkante meters gelijk blijft of zal groeien. Personeel dat vrijkomt zal naar verwachting eenvoudig nieuw werk vinden binnen de branche.
Meer informatie over de arbeidsmarkt van de dierspeciaalzaken is te raadplegen via het dashboard van Retail insiders.
Om aan de slag te gaan in deze branche is geen minimale opleiding vereist, al is een mbo-diploma vaak de standaard.